Fijne Vrijdag: Rob beschrijft hoe het is om van burn-out te herstellen

Dit is het verhaal van Rob. Het leest als een roman, dus ik heb er geen tussenkopjes in gezet. Hij beschrijft heel mooi hoe het voelt om uit te vallen door burn-out. De pijn, moeite en dan uiteindelijk in kleine stapjes de vooruitgang. Neem een kop koffie of thee en de tijd om dit duidelijke en bemoedigende verhaal te lezen.

Het is dan eindelijk zover. De zomervakantie begint en het eerste schooljaar van het HBO Commerciële Economie zit er op.  Het was een zwaar jaar en eigenlijk te hoog gegrepen maar gehaald is gehaald.

 

De zomervakantie vliegt voorbij en voor je het weet zit je weer met een frisse blik in de schoolbanken. Halverwege het jaar gaat het ineens een stuk minder vanzelfsprekend. Het lukt niet meer om te focussen op schoolzaken en je raakt meer en meer gefrustreerd. “Misschien ben ik wel overwerkt en heb ik even rust nodig”. Maar ook rusten helpt niet door de aanwezigheid van een onrustig gevoel.  Op een dag loop je al ijsberend door de kamer en weet niet weer wat je moet doen. Helder nadenken lukt voor geen meter en een belletje aan de huisarts volgt weldra.

De geneesheer vind het belangrijk dat je even langskomt en daar zit je op je eerste consult. Hij luistert aandachtig en verteld naderhand dat hij veel kenmerken van ADHD terug hoort in jouw verhaal.  “ADHD” vraag je? “Dat zijn toch alleen van die drukke mensen?”  Ergens klopt het wel en een onderzoekje bij het testcentrum voor mensen met ADHD bevestigd de hypothese.

 

De dag later overhandig je het papiertje met het woord ‘Methylfenidaat’ aan de beste mevrouw van de apotheek. De medicijnen werken erg goed en de cijfers op school gaan weer omhoog. Ze maken het makkelijker om te leren en je voelt je er ook nog eens prettig door. Het enige nadeel zijn de zwetende handen en weinig eetlust. Maar als dat het enige is, is het prima.

De agenda van het derde schooljaar omvat een oriënterende stage van 6 maanden.
Het is nog een hele klus om een stageplek te vinden. Althans de motivatie op te brengen om er op tijd naar de zoeken. In tegenstelling tot een aantal andere klasgenoten is de stageplek een feit. De eerste weken is het even wennen en leer je rustig de kneepjes van het vak. De medicijnen doen nog steeds hun werk en zijn voorlopig niet weg te denken.

Het is even wennen aan het fulltime werken maar voor je het weet is het alweer het einde van de werkdag, tijd om naar huis te gaan. Je ogen branden flink van het scherm waar je de hele dag achter hebt gezeten. Maar ach, iedereen zit de hele dag achter de computer. Die rode ogen zij normaal toch? Gelukkig kan je even ontspannen in de trein naar huis. Althans dat dacht je. Het perron in volledig gevuld met mensen die niet kunnen wachten om als eerst de trein binnen te stappen. De trein nadert en vermindert vaart terwijl meer dan honderd mensen zich dusdanig strategisch positioneren dat zij zichzelf verzekeren van een zitplaats. Door dit fenomeen van een afstand te aanschouwen word je gedwongen een staanplaats te nemen in het tussenstuk van de coupé. Naar buiten kijken is erg ongemakkelijk omdat er naast beide ramen iemand staat. Automatisch kijk je naar beneden en analyseer je iedereens schoenen tot aan de volgende stop. Eindelijk zitten.

Iedereen in de trein lijkt vermoeit, sommigen sluiten hun ogen en sommigen zijn bezig hun vele notificaties weg te werken. De meest genegeerde medewerker van de dag passeert de coupé met de vraag of iemand toe is aan een bakje koffie. Je gedachten gaan terug naar de interactie die je had met de koffieautomaat vandaag.” Er zijn door mij toch minstens zeven bakjes koffie gedronken” denk je, en ook jij geeft geen antwoord op de vraag van de mevrouw met een grote tas vol lekkernij.

De dag is weer voorbij en de avond zet in. Het is tenslotte vrijdag en het weekeind zal hoe dan ook worden gevierd. De weekeinden gaan altijd snel en deze twee dagen zullen geen uitzondering zijn. je had weer gelijk. Het is namelijk alweer zondag ochtend en je voelt je alles behalve goed. De cyclus van het uitbrakken wordt gevolgd door een confrontatie van je acties van de nacht ervoor. Op twee broodjes kaas en een fles water doorstaat je lichaam de laatste dag van het weekeind. Het wordt vroeg naar bed zomenteen! Met wallen als uitgezakte melktassen rijkt je hand naar je mobiele telefoon, het is bedtijd. Met één oog open zet je uit voorzorg zeven wekkers die jou prinsheerlijk moeten ontwaken. De verstreken 48 uur heeft beslag gelegd op je dag en nacht ritme waardoor de befaamde maandagochtend eer doet aan zijn reputatie.

 

Het aanbreken van de werkdag gaat gepaard met een vaag en onvriendelijk geluid. Met verbazing bereik je de staat van bewustzijn en krijgen je ledematen hun motoriek. Met zo min mogelijk moeite schuift je hand onder je kussen door naar het stukje technologie die de decibels door je trommelvlies jaagt. Abrupt begint je hele bewustzijn een offensief tegen het vibrerend stuk plastic.

Na het overwinnen van de eerste drie wekkers nadert de deadline van het opstaan en met nog twintig minuten op het programma overtuig je jezelf dat je het ook wel red met tien. Je bed lag lang niet zo lekker als toen je gisteravond met tollende gedachtes gestrekt ging. Wederom is de noodzaak om op te staan nog niet dusdanig genoeg en stel je elke seconden uit. Met nog minder dan vijf minuten op de teller spannen je buikspieren zich aan en reist je lichaam in een positie die je maar al te graag vermijdt. De tijdnood brengt de benodigde hectiek met sneltreinvaart naar je hersenen en al lopend over de berg broeiende was, trek je de vuile broek onder je voeten vandaan. Met een ‘random’ shirt in je hand zet je één voet buiten je kamer. Je vervangt het douchen voor een extra dosis AXE Fusion die je gelijkmatig verspreidt over je hele anatomie.

 

De badkamerlichten voelen als zonsverduistering in je ogen en terwijl je het hele Schwarzkopf assortiment door je kapsel veegt, doet de laatste wekker zijn overbodige dienst. Met plakkerige handen weet je het alarm uit te schakelen en als zombie vermomd tot mens bereik je de koelkast. Het laatste slokje Cool-best daalt door je slokdarm terwijl het lege pak drinken de plek vind waar hij vandaan kwam.

 

Na het verzamelen van je sleutels, portemonnee en een halfleeg pakje sigaretten verkeer je in dezelfde staat als een avond doorzakken in de kroeg. De reis naar het kantoor gaat door gedachtes langs je heen en voor je het weet begin je aan de extra taken die je vrijdagmiddag liet liggen.

Rond het middaguur voel je het label van je shirt kriebelen tegen je keel. Je draagt hem de hele ochtend al verkeerd om. Het besef dat er iets moet veranderen passeert de revue en al wrijvend in je ogen blaas je de stoom af in de wc. Met een beleefde en vrolijke blik beweeg je je naar je bureaustoel en met de gedachten dat je zonder je collega`s een beter concentratie hebt, beslis je een aantal taken thuis af te maken.

De werkdag die om vijf uur zou moeten eindigen wordt verlengt tot acht uur in de avond en met stressachtige verschijnselen wordt je spijsvertering onderdrukt. Een simpele magnetronmaaltijd doet zijn dienst en al zittend achter je computer werk je een broccolischotel met energydrank naar binnen. Dat het niet helemaal gezond is weet je ook wel. Maar goed! Als je morgen even bijspijkert kan je daarna weer aan jezelf werken.

De volgende bestemming is de bank waar je de aankomende paar uur doorbrengt. Met je telefoon in je hand scrol je door de tijdlijn van Facebook. Met een consistente duimbeweging vlieg je door het leven van honderden mensen en bedrijven. Terwijl je ongecontroleerde gedachtes het over nemen van je bewustzijn, blijven de social media-apps op de voorgrond . Het scrol-tempo neemt toe en de info die je brein zou moeten bereiken neemt af. Het malen is begonnen en eist zijn tol op andere levensprocessen. Het zetten van een kopje koffie gebeurt inmiddels niet meer bewust en voor je het weet sta je buiten te roken, ben je aan het douchen of kijk je naar een Arabische zender voor een uur.

 

Vrije tijd veranderd in wazige uren die je al slenterend doorbrengt door het huis. Een fijne avond is niet meer te redden en naar bed gaan blijkt de enige optie. Als snel kom je er achter dat je oplader nog in de huiskamer ligt die de stempel op het hart drukt. Dan toch maar snel naar beneden. Eenmaal terug onder de dekens bedien je je telefoon nog een uur voordat de applicatie met wekkers de telefoonsessie onderbreekt.

De weken gaan voorbij en het gevoel van onbehagen neemt rap toe. De kwaliteit van je prestaties op het werk is met de tijd drastisch afgenomen en de personen om je heen nemen onbewust afstand van negatieve energie. Je gedachtes verplaatsen zich naar betere tijden in de toekomst en terug. Terug naar hoe je de afgelopen periode over kwam op iedereen. Het leven in het nu lijkt een illusie en irrelevant. Je neemt jezelf voor dat de toekomst enkel geluk biedt door te vermijden waarvoor je bewust hebt gekozen. Het werken op kantoor is tenslotte niks voor jou.

 

Maar hoe dan verder? Na vele avonden in het casino weet je ook dat de inventaris bij de ingang aan jou is verdiend. De euforie uit de avonden stappen komen met terugwerkende kracht op je gevoel terug omdat je deze tijd gereserveerd had voor openstaande taken. Voor jezelf beginnen lijkt een optie en in de avonduren laat je je los op een gekreukt stuk papier die je uit de printer hebt getrokken. Na het tekenen van vier vreemde voorwerpen waag je een nieuwe poging. Samen met de chaos in je gedachten probeer je een manier te vinden om je eigen baas te worden en zodoende werk je een dubbele shift.

 

Het gevoel van presteren neemt toe en je gezondheid gaat achteruit. De stress bereikt een punt waardoor er eczeemplekjes over je hele lichaam ontstaan. De nachtelijke jeuk is bijna niet te verdragen waardoor van geen slaap kan worden gesproken. Hoewel je lichaamsvet en spiermassa verdwijnen als sneeuw voor de zon, overtuig je jezelf van een tijdelijk scenario. “Als ik even alle zeilen bijzet is dit snel verledentijd!”. De theorie stelt zich uit en de weken blijven onveranderd.

Het openstaan voor een relatie zou goed zijn maar blijft een vage wens. In de ochtend vertrek je weer naar de bus op het ritme van hartkloppingen en de symfonie van evenwichtsverlies. Deze eerste ervaringen zijn heftig maar wennen met de tijd. Je leert tenslotte deze vage symptomen te onderdrukken met een extra dosis cafeïne op de vroege morgen.

 

Ook in de bus en blijft er een onrustig gevoel. Het lijkt of iedereen je aankijkt, je ziet er tenslotte niet uit. Gelukkig zit je achterin en kan je oogcontact vermijden door naar buiten te kijken. Het onrustige gevoel gaat maar niet weg. Je wilt de bus niet verlaten maar je moet! Op het station loop je snel naar het dichtstbijzijnde bankje omdat je het gevoel flauw te gaan vallen. Na vijf minuten moet je dan toch echt naar de trein. Je loopt zo snel en efficiënt mogelijk door de mensenmassa heen en het instappen gaat simultaan met het fluitsignaal.
Het is voor de verandering een keer rustig in de trein. Je zou het op een of andere manier niet aankunnen om in een druk treinstel te staan.
Een goed plekje in de coupé werkt gelukkig tegen de stress. Je weet zolang de trein rijdt dat de situatie hetzelfde blijft. Met Bruce Springsteen in je oren kijk je naar de koeien in de wei. Ze zien er vredig en vrolijk uit. Een soort tegenovergestelde van jouw eigen eindbestemming. Je zou echt nog liever de hele dag in wei staan dan zitten op het kantoor.
De schaarse aanwezige dopamine vervaagt dan ook met het afremmen van de trein.  De onrust op het station maakt je erg zenuwachtig waardoor je de pas versnelt. Het geluid wordt alsmaar harder en het eerste bankje wordt weer benut. Alles komt tegelijk binnen, je hart gaat te keer en je schrikt van een langskomende goederentrein. Je moet hier weg zeg je tegen jezelf. “Wat is er in godsnaam aan de hand?”. Achterin het Starbucks café is het gelukkig rustig wat de paniek ietsjes dempt. Even een koffie drinken moet wel helpen. “Mag ik één Lappe Sapiato,, Uh Latte Macchiato bedoel ik!”. Het ongemak verpest de rust. Al consumerend rechtsomkeert verlaat je de koffietent met een merkwaardig tempo. Wordt het de trein naar huis of toch even herpakken?

“HERPAKKEN, HERPAKKEN” roep je tegen jezelf al verplaatsend naar het kantoor. “AAN DE KANT” schreeuw je in je hoofd tegen een tegemoetkomende fietser.
Bij binnenkomst lukt het nog net om je collega`s normaal te begroeten, de computer aan te zetten en in te loggen. Er moet nog een boel werk worden verricht maar je begrijpt niet waar je mee bezig ben. Vreemde gedachtes voeden de onrust en als je probeert te ontcijferen waar je aan denkt, weet je het helemaal niet meer. Treinen? Boze Treinen? Groene papaverbloemen in je collega`s oren?… “Is er iets aan de hand?” vraagt je collega omdat je hem aankijkt vanwege de groene bloemen. Je hebt ze natuurlijk niet echt uit zijn oren zien komen maar beeldde het je wel in. Je brein draait op volle toeren waardoor je vrijwel direct reageert met: “Ben je naar de kapper geweest?”. Hij verteld dat zijn vrouw gisteren zijn haar heeft geknipt.  Door verwardheid gegrepen is je interpretatie onjuist. Je ongemakkelijke lach veranderd je collega’s gezicht in een verbaasd vraagstuk. Er volgt geen reactie, en je denkt bij jezelf wat er met je aan de hand zou kunnen zijn.

Drie uur lang heb je geprobeerd normaal te werken maar alles wat je deed was zinloos. Tabbladen klikken en willekeurige zinnen schrijven alsof je bezig bent. Rond het middaguur ben je op van de vreemde gedachtes. Je verteld je collega’s dat je vroeg weg moet voor een verplichte les op school. Buiten zijn de geluiden nog harder dan vanochtend op het station. Ineens zijn de geluiden bijna niet meer te horen en heb je wazig zicht. Dit wisselt zich een aantal keer bij het oversteken van een groot plein. De gedachtes in je brein zijn ontwikkeld tot tornado`s met ieder zijn eigen relevantie. Je kan de nuttige info niet bereiken en lijkt de grip op de realiteit te verliezen. De tram is niet de trein naar huis maar toch dacht je dat je die moest hebben. Eenmaal terug in de stationshal zit je weer op een bankje. Een blikje energy drank met Ritalin daalt door je slokdarm. Na een paar minuten begint je hart nog heviger te kloppen maar de focus komt weer terug. Je loopt snel naar de trein die je nog net op tijd haalt. Stilzitten lukt niet waardoor je steeds om je heen kijkt en trilt met je benen. Als je je ogen dicht probeert te houden voelt het alsof je bij je keel word gegrepen. Je schrikt er van en ziet dat persoon tegenover je dat merkt. Je wilt jezelf opsluiten en de rest van de rit spendeer je met het zweet op je voorhoofd in de wc. Op het station geven de vertrektijden aan dat de bus pas over tien minuten komt. Op een of andere manier lijk je die tijd niet te kunnen overbruggen. Wat er gaat gebeuren weet je ook niet maar flauwvallen voelt als een bijzaak. Een groot rondje door het station neemt de nodige tijd in beslag en na de busrit ben je eindelijk thuis.

Moeizaam krijg je de voordeur open en lig je opgekruld in je bed. De enige gedachten die je nog wel kan vatten zijn erg negatief. “Als ik zo moet leven dan hoeft het niet meer”  en “Ik zou nooit fulltime kunnen werken” Het was nog twee weken voor het einde van de stage maar het zit er niet meer in. Een zwaar gevoel drukt op je voorhoofd. Het verplaatst zich via je ogen naar de achterkant van je hoofd. Zo iets heb je nog nooit gevoeld!
Misschien is het wel een tumor maar ook dat kan je niet zoveel schelen. De boze gedachtes worden alsmaar bozer en de info is van dramatische aard. Mensen die van gebouwen afspringen, mensen die voor de trein springen. Huilende wanhopige mensen die zichzelf wat aandoen.  Je wilt hier niet aandenken maar verdraaien lukt niet.

De volgende ochtend raap je jezelf toch nog even bij elkaar om het brood op de plank te krijgen bij de bijbaan die je al jaren hebt. Lenen zou een optie zijn maar zit niet in je aard. Al die tijd werk je naast de stage bij de lokale supermarkt. Het product in het juiste vak leggen is je taak maar het lukt niet. Je begrijpt niet meer wat je in je handen hebt en kan de simpele naam niet ophalen. Elke klant zorgt voor spanning vanwege de tijdsdruk om de schappen te vullen. Ze staan in de weg en vragen constant de meest simpele vragen. “ik weet het niet mevrouw ik werk hier pas net”.

De eerste twee uren zijn verstreken maar het licht uit de koeling wordt alsmaar feller. Producten gaan de verkeerde vakken in en psychotische gedachten domineren je vermogen. Ingebeeld denk je dat je een grote groene kikker bent met een granaat in zijn hand. De geestelijk arbeid illustreert een vliegende granaat door het gangpad. Bij zinnen gekomen ligt het militair geïnterpreteerde bakje ‘Boursin Cuisine’ gescheurd op de grond. Deze gedachtes had je de afgelopen tijd geaccepteerd maar nu stonden ze voor het eerst in verbinding met het motorische deel van ‘het orgaan der gedachten’. Het is schrikken de controle niet meer te hebben over je eigen geest waardoor de toekomst zijn verzadiging verliest.
“ik ben niet eens in staat om de vakken bij de supermarkt te vullen” “ik zou nooit ergens goed kunnen functioneren” Paniekerig loop je zo normaal mogelijk naar de leidinggevende en verteld dat je naar huis gaat. Na een korte samenvatting over je neerslachtige gesteldheid van gister, gooi je het gesneuvelde product nog stiekem in de container. Tot de uitgang van de winkel blijft het masker op je gezicht.

In de loop van de dagen verbeterd er niks. Behalve dat uurtje in de ochtend dat je wakker wordt. Je voelt je verdrietig maar de boze gedachtes zijn even weg. Na de eerste boterham begint het orkest in je brein weer. Een soort combinatie van de Duitse metal band Rammstein, aangevuld met leden van de ‘Vocabulaire Josti Gemeenschap’. Je vraagt ze een aantal keer het podium te verlaten maar ze begrijpen je niet. Je bloed begint te koken en voor je het weet scheldt je de korsten van je boterham de huid vol. De instrumenten vallen op de grond en het is akelig stil. Twintig paar grote ogen kijken je aan maar dan lopen ze met gebogen hoofd weg. Zo stil is het nog nooit geweest. Alles lijkt ineens stil en grauw. “Ik wil dit niet meer!” zeg je tegen de leegte in de huiskamer.

 

Wat kan het je ook eigenlijk schelen zeg je met een biertje in je handen. Na het opdrinken van je groene vriend voel je je eventjes prima. Het is maar van korte duur en het tweede biertje volgt. De korte periode van het goede gevoel blijft na elk biertje constant maar het slechte gevoel stapelt zich op. Met je hand stoot je per ongeluk 2 flesjes van de tafel terwijl een viervoud blijft gespaard. “Ik wil me weer goed voelen!!” zeg je tegen de dovende kaars. Zonder te twijfelen gooi je 3 pillen Ritalin in je mond. Voordat ze werken neem je er nog maar twee. Je hart begint sneller te kloppen en het voelt niet goed. Je zit te twijfelen om het hele doosje in je mond te stoppen en niet meer wakker te worden. Je haalt alle pillen uit de verpakking maar stopt ze uiteindelijk niet in je mond. De Google zoekresultaten op ‘overdosis’ hebben ook een hulpnummer. Je belt het nummer en voor je het weet staat er een busje voor je deur. Daar zit je dan op een gesloten afdeling met vreemde mensen. De volgende ochtend ben je weer nuchter en mag je weer naar huis. Je voelt je vreselijk. “Wat heb ik allemaal gedaan?!”.

Een paar ellendige weken, die je voornamelijk in je bed of op de bank doorbrengt, gaan voorbij en daar zit je weer bij de huisarts. Hij verwijst je door naar een praktijkondersteuner die op zijn beurt doorverwijst voor specifiekere hulp. De gesprekken zijn voelen erg goed en vrolijk verlaat je elke keer de sessie. De veranderingen thuis zijn echter nauwelijks merkbaar en op vakantie gaan moet dan toch echt helpen. Maar ook het afgezonderde zonnige eiland bezwijkt onder zijn immigratiebeleid. De stroom van ongewenste gedachten zijn met hun tassen van verdriet gearriveerd op het resort. Per direct springen ze als dwazen in het zwembad en maken ze een enorme chaos in het restaurant. Een baantje trekken en een lekker hapje eten zit er niet meer in. Ze zijn overal en trekken zich nergens wat van aan. Merkwaardig genoeg worden ze in de avond wel gegrepen door de act van het animatie-team. De tassen met tranen zijn voor eventjes verborgen onder hun stoelen. Ze zijn gelukkig even rustig.

Op de luchthaven is het een komen en gaan van ellendige materie. Je koffer staat op de band tussen de tassen met verdriet. “Ik wil nu toch wel een medicijn tegen tranen!” zeg je tegen jezelf. “Misschien kunnen de boze gedachtes niet zonder hun tas?”. Het is in ieder geval het proberen waard. De eerste tabletjes hebben nauwelijks effect op de tranen en maken de gedachtes niet minder druk. Na een twee weken zijn de gedachtes af en toe stil. Iets van een warm gevoel is aanwezig of is het een illusie? De gedachtes doen hun tas af en kijken erin. Ze blijven voor een kort moment kijken en zeggen niks. Dan lopen ze weer schreeuwend verder.  Naarmate de weken verstrijken stoppen ze steeds vaker en blijven de gedachtes langer stil. Als ze dan weer weglopen stoppen ze vrijwel gelijk weer. Opeens ligt daar iets in zijn eentje op de grond. Het is een tas! Een helemaal lege tas! Er zitten geen tranen meer in. Sceptisch blijf je naar de tas staren maar het biedt wel perspectief. “Heeft de warmte die ik steeds meer voel de tranen verdampt?”. De gedachten van de tas is ook nergens meer te bekennen. Steeds meer lege tassen vallen op de vloer en de eigenaren verdwijnen in de verte. Een handjevol doorzetters zoekt tot de laatste traan, maar ook die verdampt.

 

“Zijn ze misschien nieuwe tranen halen?” “zullen ze ooit terugkomen”?.

 

Je weet het niet maar voor nu is het goed!

Laat je reactie achter

Ik ben benieuwd wat je van dit artikel vindt. Laat je het me weten?

Blog Comments

Ik ben erg blij met deze website en ik vind dat er altijd mooie en inspirerende artikelen worden gedeeld. Dit stuk vind ik persoonlijk wel heel negatief en vooral erg vaag. Jammer ook dat er vele formuleer- en spelfouten in het stuk zitten (zeker in de werkwoorden).

Ik ben het hiermee eens. Ik kreeg zelfs een beetje stress van het lezen… alsof ik weer terugging naar mijn eigen begin periode. En dat is juist een deel waar ik niet graag aan denk 🙁

Heel mooi geschreven, wat een herkennning!
Vooral het stuk over de vakantie en de gedachtes die zich maar blijven opdringen…

En inderdaad de angst dat het weer terug komt..,,

Geef een reactie (*Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd)