De WHO erkent burn-out als beroepsziekte en dat is een probleem

  • Home
  • Herkennen
  • De WHO erkent burn-out als beroepsziekte en dat is een probleem

Hoera! Burn-out wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie officieel erkend als beroepsziekte. Dit kwam gisteren naar buiten. Veel mensen zijn opgelucht; eindelijk kunnen we gaan werken aan een aanpak voor dit maatschappelijke probleem. Maar burn-out enkel als beroepsziekte definiëren neemt ook grote risico’s met zich mee.

The Good

Laten we positief beginnen. Het is natuurlijk hartstikke fijn en belangrijk dat er nu erkenning is voor burn-out. Het is absoluut een stap voorwaarts.

Wellicht betekent dit nu dat de zorgverzekeraars de behandeling van burn-out vergoeden. Sinds 2012 deden ze dit niet meer, omdat het geschrapt was uit het psychologisch handboek van erkende stoornissen, de DSM. Deze nieuwe erkenning van burn-out brengt daar hopelijk verandering in.

Ook hoop ik dat werkgevers juist door de expliciete erkenning van burn-out als beroepsziekte hun verantwoordelijkheid zullen nemen voor werknemers die om deze reden uitvallen. Het kan nu niet meer enkel op de persoon worden afgeschoven, wat in tijden van schimmigere definities nog wel kon.

En wellicht kunnen we in ieder geval daar waar het om de werkvloer gaat als maatschappij een set met voorwaarden definiëren die bijdragen aan een gezond werkklimaat.

Maar dan heb je het ook wel zo’n beetje gehad.

The Bad

Er zitten ook veel nadelen aan deze nieuwe erkenning van burn-out als beroepsziekte. Het sluit een grote groep mensen uit en doet geen recht aan de complexiteit van de problematiek. Ik heb inmiddels  duizenden mensen geholpen en schrijf al zes jaar over het onderwerp. Burn-out kan niet zomaar worden platgeslagen als iets wat enkel voorkomt op de werkvloer.

We kennen allemaal de verhalen van millennials die burn-out raken (25 procent inmiddels). Veel van hen hebben nog helemaal geen baan of stage. En een groeiende groep is zelfs nog scholier. En dat is echt niet omdat het allemaal zachtgekooktje eitjes zijn. Onze maatschappij is in toenemende mate versneld en gedigitaliseerd en onze hersenen kunnen dat helemaal niet aan. Maar van deze jonge mensen wordt in werk en privé wel continu verwacht dat ze ingaan op al die prikkels, want ‘ze zijn jong, flexibel en je moet toch tegen een stootje kunnen’. Ze staan altijd aan en wij verwachten dat ook van hen. Dit maakt dat ze continu onder hoogspanning staan.

Dan zijn er nog alle mensen die wel een baan hebben, maar om andere redenen burn-out zijn geraakt. Wat je vaak ziet is dat burn-out komt door een combinatie van werk en privé. Onhaalbare eisen in werk of studie en daarnaast een burenruzie, relatiebreuk of onveilige thuissituatie.

En wat te denken van iemand zonder baan, maar die bijvoorbeeld overloopt van de zorgtaken voor vrienden en familie? Die verantwoordelijkheid kan net zo zwaar wegen als betaald werk.

Wat ik in de jaren dat ik met dit onderwerp bezig ben ook heb moeten constateren is dat de oorspronkelijke trigger, die maakt dat iemand steeds over zijn grenzen gaat en daarbij gevoelig is voor de invloed of eisen van anderen, vaak al jaren daarvoor plaatsvindt. Een onveilige jeugd, een ongezonde relatie, of trauma op jonge leeftijd (misbruik, het overlijden van een dierbare) kunnen allemaal bijdragen aan de neiging om meer op je schouders te nemen dan je aankunt. Simpelweg, omdat die ervaringen je hebben geleerd dat het normaal is om je grenzen helemaal niet te kunnen voelen.

The Ugly

In het ergste geval heeft dit tot gevolg dat we een hele groep mensen uitsluiten van goede behandeling en (toekomstige) vergoeding vanuit de verzekering.

Als we iemand met burn-out echt verder willen helpen moeten we naar diens hele leven, heden én verleden kijken. Het geeft geen pas om een mens enkel te beschouwen als een radartje in de economische machine dat misschien een beetje olie nodig heeft om weer te lopen. We moeten ons ook afvragen of dat radartje wel op de goede plek zit en… of de machine zelf wel klopt. Of het hele systeem, werk én privé, voldoende voedend is voor de mens die daarbinnen moet functioneren.

Waarom definieert de WHO burn-out dan als beroepsziekte?

Ik begrijp wel waar deze definitie vandaan is gekomen. Oorspronkelijk, in zijn eerste gebruik, was de term burn-out namelijk door wetenschappers bedoeld om een conditie te beschrijven die na een periode van extreme stress en emotionele uitputting op de werkvloer geobserveerd werd. Eerst enkel in sociaal-maatschappelijk dienstverlenende beroepen, en later in alle beroepsgroepen.

Maar zoals met veel dingen heeft de praktijk de wetenschap ingehaald en hebben gewone burgers door het steeds bekender worden van de term zelf ingezien dat je door allerlei omstandigheden burn-out kunt raken.

En weet je wat? Daar hebben ze gelijk in. Neem de omstandigheden weg en kijk op het meest basale niveau naar de mens die het probleem ervaart. Wat je dan ziet is dat het cognitief functioneren (flexibiliteit, probleemoplossend vermogen etc.) ernstig verstoord is en dat er een oncontroleerbare hoeveelheid stresshormonen door het lijf giert. Dit zorgt voor een domino-effect aan lichamelijke en geestelijke problemen die integraal moeten worden aangepakt. Voeding, rust, coaching of therapie, levensstijlwijzigingen. Het kan die stresshormonen namelijk niets schelen waar ze door veroorzaakt worden. Er is geen speciaal stresshormoon voor familie en een andere voor werk. En wat betreft dat cognitief functioneren: ik denk dat we allemaal weten dat je net zo goed wakker kunt liggen over een eindeloze verbouwing thuis als een oneindige to-dolist op het werk.

Voor mij is burn-out enkel als beroepsziekte erkennen het zoveelste teken dat ons mensbeeld te nauw is en dat de waarde van een mens toch vooral gedefinieerd wordt in termen van wat hij kan bijdragen. En juist díe insteek, het voorbijgaan aan de mens onder het van buitenaf opgelegde eisenpakket, is wat leidt tot burn-out.

Maar… wat niet is kan nog komen. De wetenschappers die zich bezighouden met burn-out hebben de definitie al eerder durven uitbreiden van iets wat enkel voorkwam in de sociaal-maatschappelijk dienstverlenende beroepen naar een beroepsziekte die eigenlijk iedereen kan overkomen.

Wellicht kunnen we dan nu de term beroepsziekte loslaten en erkennen dat burn-out het eindstadium is van extreme stress en emotionele uitputting. En dat de omstandigheden die dit veroorzaken kunnen variëren. Het gevolg is dat we dan kunnen gaan praten over wat mensen nodig hebben en hoe we als maatschappij met elkaar omgaan.

Dat zou me fantastisch lijken.

 

Liefs, Nienke Thurlings

Laat je reactie achter

Ik ben benieuwd wat je van dit artikel vindt. Laat je het me weten?

Tags:
Geef een reactie (*Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd)