Een stukje over verbondenheid voelen. Waarom saboteren we onszelf toch zo?

  • Home
  • Spiritualiteit
  • Een stukje over verbondenheid voelen. Waarom saboteren we onszelf toch zo?

Ik zat laatst met een wijntje in mijn eentje op de bank me sip te voelen over iets dat die week was gebeurt met iemand waar ik veel om geef. En daar wilde ik zelf mee ‘dealen’. JB was alvast gaan slapen, maar ik besloot nog even wakker te blijven om aandacht te geven aan wat ik voelde. Hoe moest ik hiermee omgaan? Ik kreeg onmiddellijk het antwoord en dat was verbazingwekkend!

Hoe kan het dat we tegelijkertijd hunkeren naar liefde en begrip en ons er zo voor afsluiten? Een muur opwerpen, terwijl we niets liever willen dan ons gezien voelen? Zoals ik nu met een wijntje op de bank zit terwijl ik ook in JB’s armen zou kunnen kruipen. Waarom voelen we het alsof we alles alleen zouden moeten oplossen. Zelf met ons verdriet rond moeten komen?

Terwijl ik dit schrijf kan ik voelen dat mijn meest comfortabele, ontspannen flow zit in naar de slaapkamer gaan waar hij nu ligt te slapen. Al is het maar enkel om naast hem te gaan zitten en een boekje te lezen. Maar er is een ander deel dat zegt dat ik zelf met deze pijn en dit verdriet moet deal. Dat ik ‘er doorheen moet’. Waarom zo hard voor mezelf? Waarom kan ik het mezelf niet gunnen om ergens een plek te hebben om simpelweg mijn hoofd te rusten. Waar het gewoon goed is.

Naast de harde stem is er nog een stem die het vergoelijkt en zegt: ‘ja, maar juist door dit zo op te lossen krijg je zelf inzichten en schrijf je goede blogposts. Je moet er ook niet voor weglopen. En als je er zelf doorheen komt zul je nog meer met JB kunnen samen zijn. Nog meer van jezelf kunnen laten zien.’

Eerst een betere versie worden van mezelf, dan pas mogen rusten.

Het eeuwige wachten op iets beters. Wat is dat, ‘iets beters’? Is het niet zo dat al het ‘beters’ dat je in je leven kunt krijgen (of het nu een inzicht, een auto of iets anders is) enkel maar een ding biedt: de hoop dat jijzelf dan beter zult zijn?

Maar wat maakt dat je nu dan zo onaantrekkelijk, zo onwaardig zou zijn?

Is dat niet wat er achter al die muurtjes en gesloten deuren zit? Achter elke concurrentiestrijd? Ieder wijntje op de bank, waarachter een klein stemmetje fluistert… ‘je kunt ook naast hem kruipen.’

Zijn we zo verknocht aan lijden, omdat we in onze diepste kern geloven dat ons bestaansrecht daarin gevonden wordt? Zo lang we lijden leven we? Het militaire adagium: zo lang het pijn doet, weet je tenminste dat je nog leeft.

Maar wat voor een leven is het als je ondertussen met je handen je ingewanden terug in je buik probeert te stoppen? Of je hart op zijn plaats probeert te houden?

Gevangen tussen: alsjeblieft-breek-me-niet en ik-kan-zo-niet-meer-leven.

Geluk zit in de kleine dingen. Vijf minuten eerder naar bed om samen nog een boek te lezen. Zonder woorden op een bankje in de zon met je beste vriendin. Hoe fundamenteel dat is beseffen we vaak niet of slechts op clichébasis.

Maar heb je weleens echt het lef gehad om naar binnen te voelen wat die kleine dingen met je doen? Hoe ze de levensstroom in je voortduwen. Een levende rivier van ervaringen in jou als richtingaanwijzer  voor waar je naartoe moet.

 

Geluk brengt je niet het gevoel werkelijk te leven.

Werkelijk leven brengt je het gevoel van geluk.

 

Wie niet naar de kleine dingen luistert heeft nog niet werkelijk geleefd.

 

Liefs, Nien

Laat je reactie achter

Ik ben benieuwd wat je van dit artikel vindt. Laat je het me weten?

Geef een reactie (*Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd)